In een krantenartikel in de jaren tachtig noemde Habermas de openheid van de Bondsrepubliek voor de politieke cultuur van het Westen „de grootste intellectuele verworvenheid in de naoorlogse periode, waarop juist mijn generatie trots zou kunnen zijn”. Over die periode schreef hij zelf, in de inleiding van een bundeling van zijn werk: „Niets leek na de morele corrumpering van de Duitse universiteiten belachelijker dan de pretentie van een ‘grote’ filosofie, die de wereld vanuit één punt wil beschouwen. Om de instituties en de heersende machten te kunnen bekritiseren en hervormen moest worden vastgehouden aan het idee dat er zoiets bestaat als een „universeel beste argument” en dat de kracht van een argument niet moet afhangen van plaats en tijd en de stemming van het publiek.
Author: Nynke van Verschuer
Published at: 2026-03-14 15:10:47
Still want to read the full version? Full article